De KNDB hecht er grote waarde aan dat iedereen zich welkom voelt in onze sport en dat iedereen met plezier kan dammen. Daarom werken we samen met clubs, trainers, organisatoren etc. aan een veilig sportklimaat, waarin iedereen zichzelf kan zijn. De KNDB onderschrijft daarom de gedragsregels van het Centrum Veilige Sport Nederland (CVSN) en NOC*NSF. Verder besteden we in onze trainers- en coachesopleidingen aandacht aan preventie van seksuele intimidatie en grensoverschrijdend gedrag.
De site van Centrum Veilige Sport Nederland (CVSN) https://centrumveiligesport.nl/ bevat veel informatie over hoe je binnen de sport een veilig sportklimaat kunt creëren. En als er toch sprake is van seksuele intimidatie of grensoverschrijdend gedrag (dat komt in elke sport voor), lees je wat je in overleg met onze vertrouwenscontactpersonen kunt doen.
Gedragscode
In het Reglement Integriteit en Tuchtrechtspraak (Reglement-Integriteit-en-Tuchtrechtspraak) is een gedragscode opgenomen die voor alle leden van de KNDB geldt.. De Gedragscode is aan het eind van dit document opgenomen. Overigens waar mogelijk wordt het “vier-ogenprincipe” bij de omgang met minderjarigen gevolgd; dat betekent dat je situaties voorkomt waarin je alleen met de minderjarige in een ruimte bent door de aanwezigheid van een derde persoon.
Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG)
De KNDB vindt het belangrijk dat iedereen zich op zijn gemak kan voelen tijdens het dammen. Daarom is het voor iedere dammer die met minderjarigen werkt (bijvoorbeeld bij het schooldammen of op de jeugdavond van een damclub) vereist om een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) te hebben.
Het aanvragen van een VOG is een kleine moeite, maar het heeft een groot effect. Om het zo makkelijk mogelijk te maken voor vrijwilligers kan iedereen via het bondsbureau een gratis VOG aanvragen. Zie hiervoor de pagina over het gratis aanvragen van een VOG.
Meldpunt grensoverschrijdend gedrag en vertrouwenspersoon
NOC*NSF heeft in samenwerking met de sportbonden een structuur opgezet om grensoverschrijdend gedrag in de sport te voorkomen en waar nodig hulp te kunnen bieden. Sinds 1996 wordt daar al aan gewerkt. Vanaf de ALV van mei 2008 is het streven naar een verder versterkt beleid waarbij een samenhangend stelsel van maatregelen zowel primaire preventie (tegengaan van o.a. seksuele intimidatie) als secundaire preventie (voortduren en herhalen voorkomen) als ook de opvang bij incidenten en sanctionering ten gevolge van overtredingen optimaal waarborgen.
Tot dit samenhangende stelsel behoren onder andere de meldlijn van het Centrum Veilige Sport Nederland (0900- 2025590) dat op werkdagen tussen 8.30 en 17.30 uur bereikbaar is en waar men terecht kan voor eerste opvang, vragen en advies aangaande allerlei vormen van grensoverschrijdend gedrag in de sport, waaronder seksuele intimidatie.
Binnen de KNDB is Cora Koopman de vertrouwenspersoon (VP). Zij is te benaderen via [email protected]. De VP is ons eerste aanspreekpunt bij (dreigende) incidenten. De VP verwijst door naar het bestuur van de bond, het CVSN of andere (ondersteunende) instanties.
Meldplicht
Bestuurders en begeleiders/trainers/coaches van sportverenigingen zijn verplicht om vermoedens van seksuele intimidatie en misbruik te melden. Begeleiders melden aan het bestuur van de vereniging, het bestuur van de vereniging meldt aan de tuchtrecht aanklager van de eigen sportbond. Bij onze bond kan gemeld worden bij het Bondsbureau ([email protected]). In de infographic van het Centrum Veilige Sport Nederland wordt de route van het doen van een melding inzichtelijk gemaakt.
Centrum Veilige Sport Nederland (CVSN)
NOC*NSF heeft een aparte organisatie opgericht die tot doel heeft een veilig sportklimaat in Nederland te bevorderen: Centrum Veilige Sport Nederland (CVSN). CVSN is een kenniscentrum en een meldpunt. De website van CVSN bevat veel informatie met tips over de preventie van pesten, seksuele intimidatie en misbruik, matchfixing en dopinggebruik. Zij kunnen ook advies geven hoe met bepaalde situaties kan worden omgegaan.
Meldingen van seksuele intimidatie en grensoverschrijdend gedrag kunnen, behalve bij de VCP van de KNDB, ook rechtstreeks bij CVSN worden gedaan. CVSN heeft verschillende vertrouwenspersonen in dienst, die kunnen luisteren, helpen en begeleiden. Melders kunnen op verschillende manieren contact opnemen met CVSN, indien gewenst ook anoniem. Zie ook hun website.
Communicatie naar kinderen, ouders, scholen
De KNDB en haar leden willen graag aan minderjarigen, ouders, familie, leerkrachten en anderen laten zien dat ze aan een veilige damsport een hoge prioriteit toekennen. In al haar communicatie-uitingen als de website, social media en promotiemateriaal wordt benadrukt, dat er een gericht beleid gevoerd wordt en dat de KNDB en haar leden toezien op de aanwezigheid van VOG-verklaringen voor eenieder die met minderjarigen omgaat. Tevens wordt verwezen naar de beschikbaarheid van vertrouwenscontactpersonen binnen de KNDB.
REGLEMENT INTEGRITEIT EN TUCHTRECHTSPRAAK
(zoals vastgesteld door de bondsraad van de KNDB 26 september 2020) v.w.b. algemene omgangsregels en seksuele intimidatie.
HOOFDSTUK 1: Gedragscode Algemene omgangsregels
Artikel 1: Discriminatie op welke grond dan ook is binnen de KNDB verboden.
Artikel 2: Een KNDB-lid respecteert zijn medesporter en diens persoonlijke levenssfeer en houdt rekening met diens levensbeschouwelijke en culturele identiteit.
Artikel 3: Een KNDB-lid onthoudt zich van uitlatingen en gedragingen met een discriminerend of anderszins beledigend karakter, en van uitlatingen en gedragingen waarvan hij kan of behoort te weten dat deze voor een derde schadelijk zijn.
Artikel 4: Voor elk KNDB-lid dat binnen de damsport een functie vervult als trainer, coach, bestuurder, wedstrijdorganisator, jeugdleider, arbiter, opleider of anderszins (hierna: ‘kaderlid’) geldt bovendien:
- Het kaderlid streeft ernaar zijn functie zo goed mogelijk uit te oefenen en werkt aan de verdere ontwikkeling van zijn professionaliteit.
- Het kaderlid neemt de grenzen van zijn professionele deskundigheid in acht en schakelt andere deskundigen in wanneer aard en omvang van problemen zijn deskundigheid overstijgen.
- Het kaderlid is zich voortdurend bewust van zijn voorbeeldfunctie in optreden, taalgebruik en nauwgezetheid.
- Het kaderlid spoort dammers aan zich overeenkomstig de regels van de KNDB te gedragen en op respectvolle wijze met elkaar om te gaan.
- Het kaderlid gaat professioneel om met het overwicht dat voortvloeit uit zijn positie ten opzichte van de sporter.
- Het kaderlid toont betrokkenheid met de sporter en bewaart daarbij professionele distantie.
- Het kaderlid verstrekt eerlijke en ter zake doende informatie over leerprestaties en gedragingen van sporters aan henzelf, aan – in geval van minderjarigheid – hun ouders of verzorgers, en aan andere belanghebbenden.
- Het kaderlid behandelt vertrouwelijke informatie over sporters als zodanig, en handelt in probleemsituaties volgens de binnen de KNDB geldende procedures.
- Het kaderlid draagt zorg voor een aangename, werkbare, open en vertrouwensvolle sfeer tijdens lessen, trainingen, wedstrijden en besprekingen en laat na wat daarmee in strijd kan zijn.
- Van een kaderlid wiens activiteitenpakket (mede) gericht is op minderjarigen wordt een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) geëist.
Seksuele intimidatie
Artikel 5: KNDB-leden dragen er zorg voor elkaars grenzen te respecteren en zich van elke vorm van seksuele intimidatie te onthouden. Onder seksuele intimidatie wordt verstaan: ongewenst verbaal, non-verbaal of fysiek gedrag met een seksuele connotatie dat als doel of gevolg heeft dat de waardigheid van de persoon wordt aangetast, in het bijzonder wanneer een bedreigende, vijandige, beledigende, vernederende of kwetsende situatie wordt gecreëerd. Hieronder zijn mede begrepen de in de artikelen 239 t/m 250 van het Wetboek van Strafrecht strafbaar gestelde feiten.
Artikel 6: Een KNDB-lid dat seksueel grensoverschrijdend gedrag waarneemt zoals bedoeld in artikel 5, moet de betreffende persoon daarop aanspreken en daarnaast ten minste één van de volgende maatregelen nemen: – het bestuur van de damvereniging of van de KNDB inlichten; – een officiële klacht indienen bij het bestuur van de damvereniging of van de KNDB; – het slachtoffer wijzen op de mogelijkheid ondersteuning te krijgen van een vertrouwenscontactpersoon van de KNDB; – het slachtoffer aanraden contact op te nemen met het telefonisch meldpunt seksuele intimidatie van het NOC*NSF, waarbij de vertrouwenspersoon van de KNDB desgewenst kan ondersteunen; – (in overleg met het slachtoffer) aangifte doen bij de politie als er een strafbaar feit is gepleegd.
Artikel 7: Voor kaderleden en begeleiders geldt bovendien:
- Het kaderlid zorgt voor een omgeving en sfeer waarbinnen de sporter zich veilig voelt.
- Het kaderlid onthoudt zich ervan een sporter te bejegenen op een wijze die de sporter in zijn waardigheid aantast en dringt niet verder in diens privéleven door dan nodig is voor het gezamenlijke doel.
- Seksuele handelingen en seksuele relaties tussen een kaderlid en een sporter jonger dan 16 jaar zijn onder geen beding geoorloofd en worden beschouwd als seksueel misbruik.
- Het kaderlid mag een sporter niet op zodanige wijze aanraken dat de sporter deze aanraking naar redelijke verwachting als seksueel of erotisch van aard zal ervaren.
- Het kaderlid zal tijdens trainingen, stages, wedstrijden en reizen gereserveerd en met respect omgaan met een sporter en met de ruimten waarin de sporter zich bevindt, zoals de speel-, analyse- of hotelkamer.
- Het kaderlid beschermt de sporter tegen schade en (machts)misbruik als gevolg van seksuele intimidatie, en is verplicht daartoe samen te werken met degene die als begeleider de belangen van een jeugdige sporter behartigt.
- Het kaderlid zal een sporter geen (im)materiële vergoedingen geven met de kennelijke bedoeling persoonlijke tegenprestaties te vragen. Ook aanvaardt het kaderlid geen financiële beloning of geschenken van een sporter die in onevenredige verhouding tot de gebruikelijke of afgesproken honorering staan. 8. De begeleider van de sporter ziet er actief op toe dat deze regels worden nageleefd door iedereen die bij de sporter is betrokken, en neemt indien noodzakelijk de in artikel 6 genoemde maatregelen.

